Zoals hiernaast te zien is, zocht Theo Stokkink als klein jongetje de muziek al op. Als programmamaker had hij daar later profijt van. Soms leek het zelfs of hij er iets van wist. Op z'n minst had hij de klok horen luiden,  zijn kennis ervan was immers tamelijk beperkt. Gelukkig wist hij altijd wel waar de klepel hing...

 

Al voor zijn studie Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam (GU, nu UvA) kreeg zijn hobby, het maken van radioprogramma’s, een semi professioneel karakter en maakte hij voor Avro's Minjon korte gevarieerde programma's en documentaires. Ook stelde hij maandelijks een schoolkranten kiosk samen en presenteerde hij die met Audrey van de Jagt (de latere Avro presentatrice / NOS journaal-lezeres) 

In 1965 brak hij op 23 jarige leeftijd zijn studie af om bij de KRO jeugdprogramma's te gaan maken. ‘Everybody Happy’, ‘Carionca’, ‘Sjook’, ‘Coda’ en ‘Sticker’ waren de titels van zijn eerste eigen radio-programma's. Op tv was hij als presentator te zien in het programma Waauw. 

 

Al gauw bleken zijn grenzen een stukje verder te liggen dan die van de omroep waarvoor hij werkte. Vaak werd hij dan ook op het matje geroepen.

Op Hilversum 3 ging hij zich bezig gehouden met : De Theo Stokkink Show met informatie en interviews en natuurlijk muziek. In tal van ‘continuing stories’ volgde hij de gangen van de muziek makers. De verhalen werden in twee handboeken gebundeld (zie publicaties).

 

In de tien jaar dat het programma bestaan heeft  waren vele groten van de popmuziek zoals Bob Marley, Mick Jagger en Elton John zijn gast. 

 

Hij vond het nogal beschamend  om vast te stellen dat het pas echt beter ging met de publieke popzender Hilversum 3 toen de overheid de piratenzenders het zwijgen had opgelegd. .  

 

 

Op televisie maakte hij Sessie, een zesdelige serie met Nederlandse bands, later The O Show, een quiz over popmuziek en in samenwerking met Tony Palmer de documentaire-serie All You Need over ontstaan en ontwikkeling van populaire muziek.

Verder waren er in de jaren zeventig de radioprogramma's Walhalla (op woensdagavond over popcultuur) en het internationaal beluisterde Walhalla Symfonie, een akoestische luistertrip (op zondagavond).  Ruim dertig jaar later zijn alle afleveringen van Walhalla Symfonie nog te beluisteren op internet. (ze waren door luisteraars opgenomen, bewaard en verzameld. (wiki.beeldengeluid.nl)

 

Naast de programma's over muziek was hij eind jaren zestig vooral literaire programma's gaan maken. Tenslotte had hij, hoewel hij het niet had afgemaakt,  Nederlands gestudeerd. Het begon met de serie Binnenkijken waarin debuterende Nederlandse schrijvers zichzelf presenteerdenVoorts maakte hij deel uit van de redactie van het programma Spektakel  en maakte hij Howl  een serie over Amerikaanse schrijvers in de jaren zeventig en tachtig. De uitzending van de aflevering over de sick-comic Lenny Bruce werd door de KRO aanvankelijk verboden, maar later dat jaar toch nog in het programma Spektakel uitgezonden  Het programma werd dat jaar gekozen als Nederlandse inzending voor de De Prix d'Italia en ontving dat jaar eveneens De zilveren reismicrofoon. 

In diezelfde periode maakte hij eveneens samen met Maarten van Rooijen en Cees van Ede het wekelijkse filmprogramma Filmklapper met Jacques Klötersde cabaretprogramma-serie  Dr. Grol. 

 

Voor de zogeheten aanvullende programma's die de NOS destijds uitzond, zoals de culturele, werden in die tijd programma-makers door de omroepen 'uitgeleend'.  In 1980 vroeg de NOS-televisie Theo Stokkink als eindredacteur en presentator van een wekelijks kunstprogramma, aanvankelijk het programma Op Zicht (op zondag namiddag 1981-1982) en  later het programma Omnibus (Op dinsdag Nederland 2 tegenover het 8 uur journaal op Nederland 1 (1982-1984). De vraag was een voor iedereen toegankelijk wekelijks kunstprogramma te maken. Televisie was in die jaren vooral een massamedium terwijl de kijkdichtheid van Cultuurprogramma’s nauwelijks meetbaar was. Er bestonden toen nog maar twee publieke netten. 

 

Als programma over kunst haalde Omnibus een opvallend hogere kijkdicht dan gebruikelijk. De NOS televisie ontving er dat seizoen zelfs de Nipkow-schijf voor. Maar dat alles werd door elitaire 'kunst-pausjes' allerminst op prijs gesteld. 

Na twee seizoenen Omnibus veranderde de zendtijdindeling en kwam het seizoen erna het avondvullende Nederland C ervoor in de plaats. Dat programma trok erg weinig kijkers en verdween ook weer na  één seizoen.  

 

Terug bij de KRO pakte Theo de draad weer op in het culturele programma ‘Spektakel’.

 

Een seizoen later maakte hij in de ochtend op Radio 1 het programma ‘Schone Kunsten' en verder rond de klok van 6: 'Onder Tafel', een gesprek van een uur met een 'prominente' gast op radio 1; de cabaretkroniek ‘Peper en Zout’ samen met Evert de Vries op radio 2,  op radio 4 de column 'Over Kunst en Cultuur' en op radio 5  het boekenprogramma Ezelsoor'. Op tv trad hij op als eindredacteur van het programma: ‘Applaus‘. 

 

 

In de jaren negentig was de publieke omroep in zwaar weer terecht gekomen en werd reorganisatie na reorganisatie  doorgevoerd. Zolang het nog kon maakte hij radio-documentairesMet een vijfdelige serie over het radio bestel ‘En dan nu de radio’ sloot hij in feite ook zijn eigen omroepcarrière af.

 

Het was 1992 en de toekomst van de radio zag er somber uit. Hij vond het tijd om op te stappen. De vijf uitzendingen werden in boekvorm uitgegeven door uitgeverij Uniepers. Maar... de hele oplage werd door de omroep opgekocht en het beoogde publieke debat bleef uit. 

 

 

Documentaires maakte hij al bij de KRO in de serie Damocles, daar ging hij na zijn plotselinge vertrek bij de KRO mee verder bij de NPS, de Humanistische omroep, en de RVU.

Als gauw besefte hij niet voor niets uit Hilversum te zijn vertrokken. Het was dus echte de bedoeling om een heel andere weg in te slaan: het werd ontwikkelingswerk. In Zuid Oost Azië lag voor hem het gedroomde emplooi. Vanaf 1994 begeleidde hij er journalistieke programmamakers. De trainingen werden gegeven in opdracht van AIBD, Asia Pacific Institute for Broadcasting Development in Kuala Lumpur.

Workshops voor documentaire- en feature-makers, voor radio- en televisiepresentatoren uit de elf Zuid-Oost Aziatische landen.  

Zijn eerste opdracht betrof de hele Indonesische staatsradio, RRI.

Daarvoor schreef en publiceerde hij studiemateriaal in Indonesië en later ook in Maleisië. (zie: publicaties)

 

In 2002 vroeg het Radio Nederland Trainings Center (RNTC) in Hilversum hem de Indonesisch afdeling van de Wereldomroep te instrueren teneinde de programmamakers van de radiostations van Radio Republiek Indonesia bij te scholen.  

Zelf trainde hij  cursisten uit Senegal, Maleisië, Mauritius, Nepal, de Filippijnen, Indonesië, Ghana, Oeganda, Nigeria, Zambia, de Fiji-eilanden en Brunei om journalistieke blokprogramma's te maken. 

 

In opdracht van de World Confederation of Labour instrueerde hij  in 2004 vakbondsleiders uit Zuid Afrika, Ghana, Indonesië, Thailand, Bangla Desh, India, Sri Lanka, Thailand, Pakistan en Maleisië, hoe persconferenties te organiseren.

 

In 2006 rondde hij al deze activiteiten af om meer van het leven te gaan genieten.

In 2022 (Theo was inmiddels dertig jaar weg bij de omroep), bestonden Reiss-microfoon en Nipkow schijf zeventig jarig. Dat werd gevierd. Alle winnaars uit de zeventig jaren werden uitgenodigd bij Beeld en Geluid in Hilversum, dus op z'n minst 140 man totaal.. Niet allemaal waren ze er, sommige waren al overleden.De oudste winnaars Koos Postema en Kees van Langeraad staan in het midden. Theo Stokkink viel in beide categorieën. Hij staat vijfde van rechts. 

 

 

In 2000 verscheen : ‘Aanvechtingen’, zijn eerste roman.

Over een Haagse ambtenaar die na een koel en afstandelijk huwelijk op zoek gaat naar de jongen met wie hij jaren geleden een kortstondige maar heftige affaire heeft gehad en die de grote liefde in zijn leven blijkt te zijn.  

 

Daarna volgden de roman ‘Proeftijd’ en de verhalenbundel ‘Ken ik u ergens van?’ (zie:  Publicaties) en tenslotte de historische roman 'Zwijgplicht'

 

Zijn nevenactiviteiten blijven hier onbesproken, het waren er in de loop van de jaren vele.

In 2021 werd hij tachtig en raakte verzeild in de categorie 'bejaard...'

 

Wat bleef was de hoop om nog even mee te mogen gaan.

 

(# biograaf)

 

De wieg van Theo Stokkink stond in Venlo in 1941. 

Als tienjarige kwam hij in Rotterdam te wonen, toen nog een stad in puin...

 

 

Vervolgens studeren in Amsterdam...

 

...en werken in Hilversum.

 

 

Na dertig jaar Gooise matras, eindelijk trouwen!

met Ju Widjojo.

 

De opgedane ervaring en kennis heeft hij gedurende vijftien jaar kunnen gebruiken bij trainingen in ontwikkelingslanden.


O ja, haring met korenwijn!

 

In 2013 werd hem een koninklijke onderscheiding, opgespeld door  burgemeester Eberhard Van der Laan van Amsterdam. 

 

Citaat:

 

'Een duurzaam bekende Nederlander ben ik niet geworden. Dat lijkt me wel  een stuk rustiger. Dat zou misschien wel gebeurd zijn als ik dertig jaar lang steeds maar één en hetzelfde programma  had gedaan.

Daarvoor was ik veel te wispelturig. Steeds was ik op zoek naar een nieuwe uitdaging.'

 

 

 

 

Zijn leven lang  

was hij al openlijk gay, al was dat niet overal en altijd even gemakkelijk.

 

Niet verwonderlijk 

dat hij gay romans is gaan schrijven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             2022