Zoals je hier kunt zien zocht ik als kind de muziek al op.  Later had ik daar als programmamaker op radio en televisie veel profijt van.  

Soms leek het zelfs of ik er iets van wist.

Ik zei dan altijd bescheiden dat ik de klok had horen luiden want mijn kennis ervan was tamelijk beperkt. Gelukkig wist ik al gauw waar de klepel hing...

 

Tijdens de studie Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Gemeentelijke Universiteit (GU, nu UvA) in Amsterdam kreeg mijn hobby, het maken van radioprogramma’s een semi professioneel karakter en maakte ik voor Avro's Minjon korte gevarieerde programma's en documentaires. Ook stelde ik maandelijks een schoolkranten kiosk samen die ik met Audrey van de Jagt (later Avro presentatrice / NOS journaallezeres) presenteerde.  

In 1965 brak ik mijn studie af om bij de KRO jeugdprogramma's te gaan maken. ‘Everybody Happy’, ‘Carionca’, ‘Sjook’, ‘Coda’ en ‘Sticker’ waren de titels van mijn eerste eigen radio-seizoenen. 

 

Al gauw bleken de door mij gezochte grenzen een stukje verder te liggen dan die van de omroep waarvoor ik werkte. Menig keer moest ik op het matje komen.

Vanaf 1969 ging ik culturele, vooral literaire programma's maken. Dat leek minder onschuldig, ze werden in elk geval minder beluisterd. Series onder titels als Binnenkijken en Babel, dat in 1976 de Zilveren Reissmicrofoon won, Spektakel en Howl , een documentaire serie over Amerikaanse literatuur. Het programma over de Amerikaanse sick-comic Lenny Bruce mocht aanvankelijk niet worden uitgezonden. De paus kwam in het programma niet positief uit de verf. Na enig kapittelen kwam het er uiteindelijk toch van en zond de KRO het uit. Wat moet een andere omroep immers met de paus? Dat jaar werd het door de gezamenlijke Nederlandse omroep ingezonden naar het prestigieuze Prix d’ Italia.

In die zelfde periode op Hilversum 3 De Theo Stokkink Show met informatie en interviews en natuurlijk muziek. 

Het programma heeft er  zo’n tien jaar gestaan.

In tal van ‘continuing stories’ volgde ik de gangen van groepen en solisten. 

Eerlijk gezegd is het nogal beschamend  om vast te stellen dat het eigenlijk pas echt beter ging met de publieke popzender Hilversum 3 toen de overheid de piratenzenders het zwijgen oplegde. 

Afwisselend met Vincent van Engelen het zondagnacht-programma Eldoradio.

De Theo Stokkink show heeft er  zo’n tien jaar gestaan. In tal van continuing stories’ volgde ik de gangen van groepen en solisten. De verhalen werden in twee handboeken gebundeld (zie publicaties).

In de tien jaar Theo Stokkink Show waren vele groten van de popmuziek zoals Bob Marley, Mick Jagger en Elton John te gast. 

 

Op televisie met Sessie een serie over popmuziek en The O Show, een quiz over popmuziek. In samenwerking met Tony Palmer de documentaire-serie All You Need over ontstaan en ontwikkeling van populaire muziek.

Verder waren er in de jaren zeventig de programma's Walhalla(op woensdagavond over popcultuur) en het internationaal beluisterde Walhalla Symfonie (een akoestische luistertrip, op zondagavond) is nu, dik dertig jaar later, bewaard en verzameld door luisteraars, nog te vinden en te beluisteren op internet.

Naast genoemde literaire programma's in de jaren zeventig en tachtig voor op Hilversum 1 of 2 produceerde ik op deze zenders ook nog het filmprogramma Filmklapper, samen met Maarten van Rooijen en Cees van Ede en het cabaretprogramma Dr. Grol, samen met Jacques Klöters.

In 1981vroeg de NOS-televisie me als eindredacteur en presentator van wekelijkse kunstprogramma's, aanvankelijk het programma Op Zicht (1981-82) en later het programma Omnibus (1982-1984).

In 1983 ontving onze afdeling de Zilveren Nipkowschijf.  

Er kronkelden heel wat elitaire kunstpausjes in die slangenkuil, terwijl televisie, zeker toen, juist een massamedium was. De kijkdichtheid was echter in tegenstelling tot vrijwel alle cultuurprogramma’s in die tijd, wel meetbaar. De opvolger van het programma, het avond-vullende Nederland C, dat  was dat zeker niet. Het kwam na twee seizoenen voor Omnibus in de plaats. De kijkdichtheid ervan was te laag om te meten en dus verdween het na een seizoen weer als sneeuw voor de zon. 

Terug bij de KRO voor het culturele programma ‘Spektakel’. Er volgden er nog vele series op de zenders Radio 1 en 2, zoals  ‘Schone Kunsten', 'Ezelsoor' (een boekenprogramma op radio 5), 'Onder Tafel', een gesprek van een uur met een prominente gast (op radio 1), en de cabaretkroniek ‘Peper en Zout’ samen met Evert de Vries (op radio 1).  Op radio 4 een wekelijkse column Over Kunst en Cultuur.  Op tv de eindredactie van ‘Applaus‘. 

De publieke omroep kwam in zwaar weer terecht en is daar sindsdien ook niet meer uitgekomen. Intussen waren managers opgestaan, de ene reorganisatie na reorganisatie volgde. Het werd er niet leuker op.

Eén seizoen lang heb ik nog een actualiteitenshow op radio 1 gedaan: ‘Dingen die gebeuren’, maar dat was bepaald niet mijn ding. Uiteindelijk legde ik me toe op het maken van documentaires. 

 

Ik vond het welletjes, het was tijd om op te stappen. 

Mijn vertrek ging gepaard met de publicatie van ‘En dan nu De Radio’, een boekje over het Nederlandse publieke radiobestel.

Op last van de omroep werd de hele oplage van het boekje meteen uit de handel gehaald, het voorspelde een sombere toekomst voor het bestel.

Documentaires! 

Aanvankelijk bij de KRO (Damokles), later ook voor de NOS (NPS), de Humanistische omroep, en de RVU.

Tot ik besefte dat ik niet voor niets uit Hilversum was vertrokken en het tijd werd om een heel andere weg in te slaan. 

Het werd ontwikkelings-werk. 

In Zuid Oost Azië lag voor mij het gedroomde emplooi en vanaf 1994 begeleidde ik er journalistieke programmamakers. De trainingen werden gegeven in opdracht van AIBD, Asia Pacific Institute for Broadcasting Development in Kuala Lumpur.  

Cursussen voor documentaire- en featuremakers, radio- en televisiepresentatoren uit de elf Zuid Oost Aziatische landen.  

Mijn eerste opdracht betrof de hele Indonesische staatsradio, RRI.

Daarvoor schreef en publiceerde ik eigen studiemateriaal in Indonesië en Maleisië. (zie: publicaties)

Vanaf 2002 deed ik hetzelfde werk ook voor het Radio Nederland Trainings Center (RNTC) in Hilversum en begeleide cursisten documentaire maken uit Senegal, Maleisië, Mauritius, Nepal, de Filippijnen, Indonesië, Ghana, Oeganda, Nigeria, Zambia, de Fiji-eilanden en Brunei. 

In 2004  instrueerde ik vakbondsleiders uit Zuid Afrika, Ghana, Indonesië, Thailand, Bangla Desh, India, Sri Lanka, Thailand, Pakistan en Maleisië coachen in opdracht van de World Confederation of Labour. 

In 2000 verscheen : ‘Aanvechtingen’, mijn eerste roman.

 

Over een Haagse ambtenaar die na een koel en afstandelijk huwelijk op zoek gaat naar de jongen met wie hij jaren geleden een kortstondige maar heftige affaire heeft gehad en die de grote liefde in zijn leven blijkt te zijn.  

 

Daarna volgden de roman ‘Proeftijd’ en de verhalenbundel ‘Ken ik u ergens van?’ (zie  Publicaties)

Mijn wieg stond in Venlo in 1941. 

Als tienjarige kwam ik in Rotterdam te wonen, toen nog een stad in puin...

Vervolgens studeren in Amsterdam...

...en werken in Hilversum.

Na dertig jaar Gooise matras, trouwen met Ju Widjojo.

Mijn ervaring en kennis heb ik gedurende vijftien jaar kunnen gebruiken bij trainingen in ontwikkelingslanden.

Mijn liefhebberijen zijn, in willekeurige volgorde: :

schrijven, voordrachten geven, badminton, computer-spelletjes, volleybal,  badminton, 

films, lezen,                            muziek, reizen,                   ouwehoeren en

werk in verenigings- of stichtingsverband. 

O ja, ik houd van haring...

 

In 2013 werd me een koninklijke onderscheiding, opgespeld door de burgemeester van Amsterdam. Uiteraard gebeurde een en ander omdat het de Majesteit had behaagd...

Een duurzaam bekende Nederlander ben ik niet geworden. Gelukkig maar, want zo lijkt het me  een stuk rustiger. Dat zou misschien wel gebeurd zijn als ik dertig jaar lang steeds maar een en hetzelfde programma  had gemaakt.

Gelukkig was ik daarvoor  veel te wispelturig. Bijna jaarlijks verzon ik nieuwe programma’s, steeds op zoek naar een nieuwe uitdaging. 

Mijn leven lang al    

ben ik openlijk gay. 

Niet verwonderlijk 

dat ik gay romans ben gaan schrijven.


Mijn laatste publicatie in 2017 heet Zwijgplicht.